Grassbloxxx

Interreg-project ‘GrasGoed – Natuurlijk Groen als Grondstof’

      

Met het Interreg-project ‘GrasGoed – Natuurlijk Groen als Grondstof’ geven natuurbeheerders, bedrijven en kennisinstellingen in de grensregio Vlaanderen en Nederland de resten van natuurbeheer een tweede leven.

Bij het beheer van natte gebieden (o.a. rietland, natte graslanden, vochtige heide) wordt het maaisel vaak niet of beperkt benut. Jammer, want daar komen jaarlijks duizenden tonnen maaisel vrij. Niet alleen is het logistiek moeilijk om het maaisel uit de gebieden te verwijderen, ook maaisel storten is een dure aangelegenheid. Dit project wil die problemen oplossen door maai-, transport- en verwerkingsmachines te verbeteren, nieuwe producten te ontwikkelen en een afzetmarkt te creëren.

‘GrasGoed – Natuurlijk Groen als Grondstof’ brengt zo duurzame ketens van aanbod, inzameling, verwerking en afzet tot stand. De focus ligt hierbij op drie natuurgebieden in de grensregio met name Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide, Altena-Biesbosch- Vlijmens Ven en Dommeldal-Vallei van de Zwarte Beek.

 

Wie neemt deel aan het project?

Binnen GrasGoed werken 12 partners samen aan oplossingen om de keten van gras naar goed vlot aan elkaar te schakelen. In Vlaanderen zijn dit Natuurpunt, Inverde, Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide, Vandervelden Algemene bosbouw en Agricon. In Nederland zijn dit Vereniging Natuurmonumenten, Stichting het Noord-Brabants Landschap, Stichting Avans Hogeschool, Verschoor Groen en Recreatie, NF Fibre, Millvision en Grassa.

 

Wie ondersteunt het project?

Interreg Vlaanderen-Nederland subsidieert grensoverschrijdende projecten voor slimme, groene en inclusieve groei. Het wordt gefinancierd vanuit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).

Het project ontvangt daarnaast een belangrijke subsidie van de provincie Antwerpen alsook provincie Noord-Brabant en is momenteel nog op zoek naar aanvullende financiering voor het project.

http://www.grensregio.eu/

Wie maait zal oogsten

Maaisel een tweede leven geven als duurzaam product. Dat wil GrasGoed bereiken. We brengen in drie regio’s zo veel mogelijk grasachtige biomassa bij elkaar om tot een economisch interessante hoeveelheid te komen. Daartoe verbeteren we onder meer maai-, voorbewerkings- en transportsystemen. Zo komt het maaisel beter uit de natuur en is het droog en goedkoper te vervoeren.

We verbeteren ook machines die celstructuren van het gras vernietigen en scheiden in vezels, eiwitten en celsappen. Ten slotte ontwikkelen we nieuwe, regionale producten op basis van die vezels, eiwitten en celsappen. Voorbeelden daarvan zijn papier en karton, isolatiemateriaal of veenvrije potgrond uit grasvezels. Het eiwitconcentraat en het nutriëntensap proberen we verder in te zetten als veevoer of bodemverbeteraar.

 

Van gras, via goed, naar beter – Resultaten halfweg het project

Het project loopt intussen anderhalf jaar en er werden al heel wat resultaten geboekt. Afgelopen periode kregen we een beeld van de soorten en hoeveelheden reststromen die vrijkomen in de projectgebieden (Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide, Altena-Biesbosch en Vlijmens Ven, Dommeldal en Vallei van de Zwarte Beek). De bevindingen werden samen gebracht in een uitgebreid rapport.

Van verschillende soorten natuurgras (o.a. witbol, éénjarig riet, zegges, pitrus en lidrus) werden kuilen aangelegd. Met die kuilen kan het gras voor langere tijd bewaard blijven en is het heel het jaar beschikbaar voor experimenten. Zo verwerkten we al ingekuild gras tot vezels. Die vezels worden in producten verwerkt.

Een mobiele grasraffinagemachine scheidde voor het eerst op terrein vers natuurmaaisel in vezels, eiwitten en restsappen. Zowel van (ingekuild en vers) gras als van grasvezels werden stalen genomen. We onderzochten of ze bruikbaar waren in potentiële eindproducten. Voor een aantal producten als papier, karton en isolatiematten waren de eerste resultaten veelbelovend. Voor andere producten als kattenbakkorrels en bodemverbeteraar/potgrond staat het verwerkingsproces nog niet helemaal op punt. De komende periode werken we hier verder aan. Op basis van de eerste testen gaan we aan de slag met het aanpassen en verfijnen van de verwerkingsinstallaties en starten we volgend maaiseizoen met een nieuwe reeks testen.

De voorbije periode werden 8 potentiële biogebaseerde eindproducten geselecteerd en hebben we voor elk product een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Vervolgens werden op basis daarvan 4 producten gekozen waar we ons binnen GrasGoed verder op zullen richten, met name papier, turfvrije potgrond en bodemverbeteraar, veevoeder en isolatiematten. Voor deze producten zullen komende periode businesscases en marketingplannen worden ontwikkeld.

Tot slot organiseerden we diverse expertmeetings. Een eerste in mei 2017 over de logistieke uitdagingen binnen de keten van gras naar goed. Deze meeting bracht een heleboel nieuwe inzichten en enkele maanden later voerden we de eerste praktijktesten met aangepaste maai- en opraapmachines op rupsen uit dankzij die inzichten. Daarbij werd 15 hectare nat tot zeer nat grasland op veenbodem gemaaid en afgevoerd in natuurgebied Vallei van de Zwarte Beek. We onderzochten of dit snel en efficiënt kon zonder de bodem en de natuur te beschadigen. Op basis van die resultaten zullen er dit voorjaar aangepaste maai- en opraapmachines ontwikkeld worden en gaan we ons ook verder richten op transport en overslag(locaties).

In een tweede expertmeeting (mini-symposium) stelden we de eerste resultaten binnen het project aan een breed publiek voor. De deelnemers kregen zo inzicht over de hoeveelheid en kwaliteit van het natuurgras, de wetgeving rondom verwerking en toepassing en de mogelijkheden voor verwerking.

Kijken met andere ogen naar bermgras

BUN-K zoekt binnen RWS en met andere overheden en marktpartijen naar innovatie in beheer en onderhoud. In de afgelopen periode werd als proef op een papiermolen voor het eerst bermmaaisel aan papierfabriek Parenco voor de fabricage van karton geleverd. Een concreet en tastbaar resultaat van de innovatieve werkwijze van betrokken partners.

Lees verder: RWS_Factsheet Berm tot Bladzijde_A4_LR05

Papierfabriek Parenco test met bermgras

EERST AFVAL, NU GRONDSTOF’

‘We kunnen karton produceren met 10 procent bermgrasvezels op onze papierlijn 2. Het product is net zo sterk als gewoon karton en het zorgt ervoor dat we minder afhankelijk worden van gerecycled papier. Bovendien is het een duurzamer product. Het was eerst afval, nu is het een grondstof.’

Raymond Jolink, site development manager van Parenco, laat het groenkleurige papier door zijn vingers gaan. Het bedrijf heeft de afgelopen jaren in het Green Deal-consortium Van berm tot bladzijde (met onder andere NewFoss, Rijkswaterstaat, Oost NV) hard gewerkt aan het opzetten van een keten rondom het oogsten, voorbewerken en verwerken van bermgrasvezel in papier voor karton voor verpakkingsdoeleinden.
Dit materiaal is opgebouwd uit twee elementen: twee bladen, testliners, die de binnen- en de buitenkant vormen, en de fluting, het golvend middendeel. Beide materialen zijn identiek, aldus Jolink.
‘Wij produceren op onze papiermachine 2 (PM2) per jaar zo’n 380.000 ton aan papier. Deze materialen gaan vervolgens naar verpakkingsproducenten die er verpakkingsmaterialen – dozen – van maken. Als grondstof gebruiken we 100 procent gerecycled papier dat we van ons dochterbedrijf Reparco sourcen.’

Prijsschommelingen
Ondanks dat Parenco haar grondstoffenaanbod goed heeft geregeld via Reparco, kijkt de onderneming toch naar alternatieve vezels die, in combinatie met papiervezels, voor het kartonpapier kunnen worden ingezet. ‘Er zijn verschillende redenen hiervoor’, zegt Jolink. ‘We merken dat de vraag naar oud papier elders in de wereld, met name in China, toeneemt. Dat betekent dat schaarste en prijsvolatiliteit toe zullen nemen. Als we een deel van onze aanvoer in kunnen vullen met bermgrasvezels, dan zijn we minder gevoelig voor prijsschommelingen. Bovendien maken we van afval een grondstof. We waren al circulair door 100 procent gerecycled papier te gebruiken. Dan gebruiken we een grondstof die CO2 opneemt en elk jaar weer aangroeit. Kortom, een duurzamer product.’

Zwarte puntjes
Zo ver is nog niet. Eerst heeft Parenco in een lab en in een pilot – bij Millvision in Raamsdonksveer – getest of het principe werkt. ‘Het papier met bermgrasvezels heeft vrijwel dezelfde eigenschappen als gewoon papier. Het enige verschil is de kleur en de zwarte puntjes – van de grasvezels – op het papier. We moeten het papier nog bruin verven (een proces dat ook geldt voor gangbaar papier, red.), waarmee we puntjes wellicht weg kunnen werken. Qua uitstraling is het een kwestie van hoe je er naar kijkt. Je ziet immers nu ook verpakkingsconcepten – bijvoorbeeld eierdozen – op de markt met een rauwe, meer natuurlijke uitstraling. Vaak wordt karton ook gebruikt als omdoos, zie de enorme groei van online commerce. Al die spullen gaan in karton de gehele wereld over.’

Oplosbare problemen
Produceren op honderdkiloschaal is mooi, maar de PM2 in Renkum produceert zoals vermeld 380.000 ton per jaar. Inmiddels heeft Parenco gedurende vier uur op de machine een proefrun gedraaid. Qua product liep het prima, alleen kwamen wel enkele problemen aan het licht. Zo kunnen de grasvezels de waterafvoer belemmeren. Dat is volgens Jolink wel op te lossen, onder meer door de inzet van chemicaliën, maar het heeft wel gevolgen voor de productiekosten. ‘Ook kunnen de watersystemen vervuild raken. Dit gaan we onderzoeken tijdens de duurtest. Dit jaar staat nog een zwaardere test op de agenda: dan zal de PM2 een aantal dagen gaan draaien met de nieuwe feedstockmix.’ Zoals bij elke vorm van biomassa, is de pretreatment essentieel om het proces überhaupt te laten werken. In geval van de bermgrasvezels verkleint en refinet Parenco deze op de lokatie, vlak voordat deze in het proces ingaan. ‘Door het refinen, waarbij de vezels worden gekneusd, wordt het bindingsoppervlak vergroot waardoor deze beter hechten met de papiervezels.’

Lichten (nog steeds) op groen
De stap ervoor, is het raffineren van de verse vezels, waarbij de vezels worden gescheiden van de andere componenten, waaronder de eiwitfractie. NewFoss heeft hiervoor een technologie ontwikkeld, waarmee dit op grote(re) schaal plaats kan vinden. Het plan is dat Parenco drie NewFoss-installaties gaat plaatsen, waarmee het het op een ander terrein ingekuilde gras gaat raffineren. ‘We hebben een waterzuiveringsinstallatie op de site waardoor we het proceswater kunnen zuiveren en de vetzuren om kunnen zetten in biogas’, aldus Jolink. De vraag is wel: waar haalt Parenco het gras vandaan? Momenteel heeft het bedrijf voor een proefrun een paar honderd ton aan grasvezels nodig. Echter, eenmaal opgeschaald, is dat 10 procent van een jaarvolume van een kleine 400.000 ton. Vertaald naar bermgras betekent dit 140.000 ton per jaar aan vers gras. Kortom, er is een robuuste supply chain nodig om deze volumes te garanderen. Jolink knikt beamend. ‘Schaal is vaak een bottleneck in zulke projecten. Aanbod en vraag matchen niet omdat de aanbieder te weinig heeft en de vrager te veel wil. In dit geval werken we samen met Rijkswaterstaat, de partij die de bermen beheren. Zij hebben verzekerd dat het benodigde volume binnen de provincie Gelderland gesourced kan worden. Daarmee blijven we binnen de radius van 200 kilometer die ook geldt voor ons oud papier.’ Dit jaar zal Parenco de knoop doorhakken of het daadwerkelijk over zal schakelen op bermgras. ‘De resultaten tot nu toe zijn goed. De lichten staan nog steeds op groen.’


Gouden greep

Parenco is met een output van 650.000 ton een van de grotere Nederlandse papierproducenten. In 2012 kwam Parenco in handen van H2 Private Equity. Hierdoor kwam het hoofdkantoor weer naar Renkum, nadat het bedrijf lange tijd in buitenlandse landen was geweest. Met de overname werd ook weer geïnvesteerd in Parenco, wat leidde tot het opstarten van de PM2 die enkele jaren stil had gestaan. Het bleek een gouden greep: de papiermarkt voor verpakkingen groeit, vooral door de explosieve groei van e-commerce, en de markt voor kranten/magazines daalt al jaren met 2 à 3 procent.

Gepubliceerd door Agro en Chemie

NewFoss gaat stevia raffineren

NewFoss uit Uden gaat op het Bio Treat Center in Venlo stevia raffineren. Het bedrijf stelt dat het een manier heeft gevonden om de dropachtige bijsmaak van de plant te vermijden.

NewFoss heeft inmiddels een naam opgebouwd met haar proces om gras te raffineren en uiteen te leggen in vezels en andere componenten zoals eiwit. Deze methode kan het ook inzetten voor andere grondstoffen, zoals stevia.

NewFoss-directeur Geert van Boekel: Stevia wordt nu voornamelijk in China en Zuid-Amerika geteeld. Het probleem is dat de teelt niet altijd op een duurzame manier plaatsvindt. Bovendien is de dropachtige bijsmaak van stevia vaak een sta-in-de-weg bij applicaties in food (frisdranken etc.). Wij hebben, gebaseerd op onze inzichten in grasraffinage, een manier gevonden om stevia zodanig te raffineren dat de bijsmaak niet optreedt. We kunnen dit kunstje uitvoeren op labschaal. Op het BTC willen we dit opschalen naar een 1000 kiloschaal. Samen met onder andere Wageningen UR en Maastricht University kijken we ook naar andere werkzame stoffen van de plant, onder meer voor de farmacie. Bij voorkeur willen we, als de opschaling succesvol is, samen gaan werken met lokale leveranciers. De stevia-plant kan in dit klimaat gedijen. Deze hoeft dus niet per se onder glas.’

Artikel uit Agro&Chemie: www.agro-chemie

Aftrap Bio Treat Center in Venlo

Read here the English version: https://www.brightlands.com/brightlands-campus-greenport-venlo/bio-treat-center-settles-brightlands-campus-greenport-venlo

Op Brightlands Campus Greenport Venlo is op 30 maart 2017 de aftrap gegeven voor de bouw van het Bio Treat Center (BTC). Het BTC – een initiatief van vijf ondernemingen en de Provincie Limburg – is een innovatiecentrum waar onderzoek wordt gedaan in de sfeer van bioraffinage en opwaardering van agrarische reststromen. Daarmee vult het BTC het gat tussen ruwe biomassa en het materials-onderzoek op Chemelot. De gedeputeerden Twan Beurskens (Economie en Kennisinfrastructuur) en Hubert Mackus (Landbouw) en de burgemeester van Venlo Antoin Scholten gaven vanmorgen met de betrokken ondernemers het startsein voor de bouw van het lab.

Campus groeit verder
“Het is belangrijk dat ondernemers investeren op de campus”, zegt gedeputeerde Beurskens in een reactie. “De campus groeit op deze manier steeds verder. Als een mycelium van paddenstoelen; een netwerk dat zich verder vertakt en dat voor een gezond bodemleven zorgt.” Ook gedeputeerde Mackus is verheugd over het BTC. “Dit is een belangrijk lab op de campus om innovaties in de agribusiness aan te jagen. Er is steeds meer vraag naar groene grondstoffen, die fossiele grondstoffen vervangen.”

Bio Treat Center
Het BTC is een (half) open innovatie centrum voor de bewerking en verwerking van biomassa en reststromen uit de agro-food industrie tot halffabrikaten en producten voor de biobased economy. Vanuit de biobased en circulaire economie is steeds meer vraag naar groene grondstoffen die fossiele grondstoffen vervangen. Het BTC richt zich met name op de eerste voorbewerkingsstap die nodig is om deze grondstoffen voor industriële verwerking geschikt te maken. Het BTC vestigt zich op de Brightlands Campus in het Waterpaviljoen met een oppervlakte van 700 m2. Daar worden diverse installaties en machines geplaatst waarvan leden en partners gebruik kunnen maken. De kosten van investering en exploitatie bedragen de eerste 4 jaar ruim € 5 miljoen.

Ervaren initiatiefnemers
De initiatiefnemers hebben hun sporen met biomassa al verdiend. Het gaat om Hofmans in Horst, Grassa in Eersel, Eco-Makelaar in Venray, Newfoss in Uden en Ingenia in Eindhoven. “De biobased economy vraagt om voorbewerkte biomassa”, zegt Sjang Emons, eigenaar van Hofmans. “Wij zijn de voornaamste logistieke partner in de champignonindustrie. Van de 800.000 ton biomassa die vrijkomt uit die sector, nemen wij het leeuwendeel voor onze rekening. We zijn met onze up-cycling en scheidingstechnieken in staat meerwaarde toe te voegen voor de primaire sector. Voor ons smaakt dat naar meer en is het BTC een logische stap om deze ontwikkelingen door te blijven zetten.” De fundamenten van het BTC beslaan drie pijlers: projecten, faciliteiten en educatie. BTC verwacht circa twintig bedrijven te kunnen huisvesten; het staat open voor start-ups, MKB bedrijven en onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Directeur Geert van Boekel van NewFoss: “We beleveren momenteel de papierindustrie al met een volledig biobased vezel uit gras waarmee onder andere eierdoosjes worden gemaakt. Voor ons zijn de mogelijkheden voor biobased grondstoffen nog lang niet uitgeput. In het BTC pakken wij in de hoogste versnelling door naar meer en nieuwe groene grondstoffen.”

Brightlands Campus Greenport Venlo
Op Brightlands Campus Greenport Venlo draait alles om gezonde voeding. Vernieuwers uit bedrijfsleven, wetenschap en onderwijs werken samen aan innovaties op het gebied van gezonde voeding, kweken en telen, alternatieve grondstoffen en voedingsbronnen. De campus bevindt zich in een regio waar de agrifood business behoort tot de meest productieve, duurzame en winstgevende ter wereld; waar food innovatie in het DNA van de ondernemers zit. Het campusterrein is volop in ontwikkeling: naast de aanwezige R&D-faciliteiten in en om de Villa Flora en de Innovatoren, vestigen zich de komende maanden diverse ondernemers en realiseert de Universiteit Maastricht diverse laboratoriumfaciliteiten. Natuurlijk zijn er nauwe verbindingen met de andere Limburgse Brightlands campussen, die samen staan voor een innovatieregio waar onderzoekers en ondernemers de grote uitdagingen op het gebied van materialen, gezondheid en voeding aangaan.

Artikel Duurzaamheid.nl: Natuurgras als grondstof voor verpakkingen

Huhtamaki maakt als eerste eierdoosjes van duurzaam graskarton.

Al ruim 100 jaar worden eieren veilig van boerderij naar bord vervoerd in het bekende en betrouwbare eierdoosje. Toch besluit verpakkingsproducent Huhtamaki om naar alternatieven uit te kijken: de kwaliteit en beschikbaarheid van het juiste oud papier neemt namelijk gestaag af. Samen met het Brabantse bedrijf NewFoss werkt Huhtamaki aan een natuurlijk en duurzaam geproduceerd alternatief, gemaakt van gras. Staatsbosbeheer zorgt voor een vaste aanvoer van gemaaid gras uit natuurgebieden, dat anders – tegen betaling – verwerkt moet worden. Een succesvolle samenwerking: twee jaar geleden werden de eerste eierdoosjes met grasvezels in productie genomen. Douwe-Jan van der Werff, Manager Sales & Marketing bij Huhtamaki, vertelt over de totstandkoming van de doosjes en de ketensamenwerking die nodig is om tot een geslaagde innovatie te komen.

Het bijzondere eierdoosje, GreeNest, rolt in het Friese Franeker van de band. Huhtamaki heeft met de toevoeging van grasvezel een primeur in de verpakkingsindustrie. Het begon allemaal met de zoektocht naar geschikte alternatieve grondstoffen voor de eierverpakking. Voor nu en in de toekomst. Van der Werff legt uit: ‘Decennialang komt de grondstof van de verpakkingsindustrie grotendeels vanuit papierrecycling. Slechts een heel klein deel is “nieuw papier”. In de loop der jaren is er echter steeds minder kwalitatief goed oud papier beschikbaar. We lezen minder kranten en tijdschriften, de basis voor dat geschikte oud papier, en tegelijk versturen we via de Amazone’s en Zalando’s van deze wereld heel veel pakketjes. Het is veel meer werk om van die dozen een geschikte grondstof maken. Reden om op zoek te gaan naar alternatieve grondstofmaterialen met dezelfde kwaliteit.’

Lees hier het gehele artikel op Duurzaamheid.nl: http://duurzaamheid.nl/artikel/showcase/natuurgras-als-grondstof-voor-verpakkingen

NewFoss en ACRRES onderzoeken milieuvriendelijkheid

NewFoss en ACRRES onderzoeken samen of er een mogelijkheid is om een milieuvriendelijker proces te ontwikkelen voor de winning van steviolglycosiden uit steviabladeren. Steviolglycosiden zijn calorie-arme natuurlijke zoetstoffen. In de praktijk zijn deze producten al op de markt, maar op basis van alcohol extractie en op basis van gedroogde bladeren. Ook wordt er bij de klassieke methode veel energie verbruikt. NewFoss en ACRRES willen bijdragen aan een extractie methode waarbij geen gebruik wordt gemaakt van temperatuur, hoge druk of enzymen om steviolglycosiden te winnen.

Newfoss en CBBE optimaliseren proces

NewFoss heeft in samenwerking met het CBBE bestaand uit, WUR-FBR, VHL, CAH en InHolland onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de waarde van de vezel en sapstromen uit het NewFoss proces te optimaliseren. Er zijn resultaten geboekt bij de volgende onderwerpen:
– Het optimaliseren van de vezel kwaliteit voor papier en karton
– Een eerste inventarisatie van de sapstromen die vrijkomen in het NewFoss proces
– Haalbaarheid vergisten van de NewFoss sapstromen