‘Groene’ en groene grondstof voor potgrond: bermgras

Verschenen in De Limburger: https://www.limburger.nl/cnt/dmf20190703_00113022/groene-en-groene-grondstof-voor-potgrond-bermgras

‘Groene’ en groene grondstof voor potgrond: bermgras
Afbeelding: iStockphoto

Substraatproducent Kekkilä-BVB met een vestiging in onder meer Grubbenvorst gaat samenwerken met Bio Treat Center in Venlo. Ze zoeken naar duurzame en tevens commercieel haalbare grondstoffen als bermgras voor substraat dat in verschillende teelten wordt gebruikt.

Daar zit Nederland mooi mee opgescheept: een miljoen ton bermgras. Elk jaar opnieuw. En daarbij nog een onbekende, maar ongetwijfeld eveneens gigantische hoeveelheid ‘natuurgras’. Gras dat regelmatig in natuurgebieden wordt gemaaid, waar beheerders streven naar een voedselarm milieu voor het behoud van zeldzame plantjes en beestjes.

Bermgras en natuurgras staan bekend als ‘laagwaardig gras’. Je kunt er niet zoveel mee, in tegenstelling tot gras van weidegrond, geteeld door de boer, dat bijvoorbeeld geschikt is voor de productie van voedzame eiwitten.

Een aantal partijen in Limburg heeft de handen ineengeslagen om meer waarde uit beide grassoorten te halen. Hierbij is onder meer Bio Treat Center betrokken, zetelend op Brightlands Campus Greenport Venlo, in Villa Flora op het voormalige Floriade-terrein. Het bedrijf richt zich op het opwaarderen van ogenschijnlijk waardeloze afvalstromen uit biomassa tot nuttige grondstoffen.

Het is vaak lastig om duurzame verwerking van biomassa commercieel en logistiek haalbaar te maken, zegt directeur Ton Voncken van Bio Treat Center. „Wij brengen partijen bijeen en proberen hiermee een verdienmodel te ontwikkelen.”

Zo is de samenwerking met substraatproducent Kekkilä-BVB ontstaan, dat naar eigen zeggen wereldmarktleider is in zijn tak van sport, met een duizelingwekkend assortiment van drieduizend verschillende substraten. Directeur Guido Linders: „Net als andere bedrijfstakken zoeken wij naar duurzame oplossingen. Zoals voor de aanvoer van grondstoffen die we over betrekkelijk lange afstanden moeten transporteren.”

Een voorbeeld is veen, een van de belangrijke grondstoffen voor potgrond. Potaarde vindt zijn toepassing in onder meer de tuinbouw en champignonteelt, als dekaarde. Veen wordt per schip vanaf de veenderijen van Kekkilä-BVB in Scandinavië en de Baltische staten aangevoerd, waardoor niet alleen de transportkosten aantikken, maar er natuurlijk ook sprake is van aanzienlijke CO2-uitstoot. Daarnaast komen kokosvezels uit Azië en het Caraïbisch gebied als grondstof voor substraat.

Linders: „We proberen dus onze grondstoffen uit de eigen regio halen. Kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid staan hierbij voorop.” Samen met de betrokken partijen in Limburg is een technische oplossing gevonden voor de omzetting van gemaaid bermgras en natuurgras tot een bestanddeel voor een aantal substraten van Kekkilä-BVB. Ook kan dit grasbrouwsel als basisproduct dienen voor champignoncompost.

Het gras ondergaat eerst een industriële bewerking. Het wordt schoongewassen, mogelijke ziektekiemen en virussen worden vernietigd. De substraatfabrikant wil zuivere en hygiënisch verantwoorde vezels gebruiken in het mengsel voor het substraat. Daarnaast worden wat voedingsstoffen en eiwitten uit het gras gehaald die in andere nuttige producten worden verwerkt.

De ontwikkelingen staan nog in de kinderschoenen, stelt Linders: „De vezels uit bermgras en natuurgras moeten absoluut vrij zijn van residuen. We leveren bijvoorbeeld ook aan telers van verse kruiden.” Kruiden die in de keuken rauw worden gebruikt en dus absoluut veilig moeten zijn. Ook bij de opkweek van jonge planten is gebruik van absoluut ziektevrije grondstoffen in de substraten van belang.

De inzet van het bewerkte ‘afvalgras’ moet zich dus nog ontwikkelen. Als component voor potgrond en substraat komt het binnen afzienbare tijd vooralsnog alleen voor een beperkt aantal klantengroepen beschikbaar. Zoals hobbytuiniers en afnemers in de boomteelt.

Linders: „We doen ook proeven met bermgras en natuurgras als toevoeging voor dekaarde in de champignonteelt. Dit is een zwaar product in het transport, reden waarom we de grondstoffen bij voorkeur uit de regio halen. Dat scheelt CO2-uitstoot.” De teelt is echter uitermate gevoelig voor ziekten. „Het zal twee jaar duren voordat we hiermee de markt op kunnen.”

De techniek leent zich niet alleen voor verwerking van gras, aldus Linders. „Die is ook inzetbaar voor andere biomassa, zoals gewasresten. Na de oogst van bijvoorbeeld groentegewassen blijft veel loof achter op de akkers. Menigeen denkt dat dit prima is voor de bodemkwaliteit, maar deze resten verteren en spoelen deels weg. Dan kun je ze beter weghalen, omzetten in nuttige organische stoffen die je na één jaar weer naar de akkers terugbrengt wanneer de nieuwe gewassen ze nodig hebben.”

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *